Sinds december 2003 vindt in het Rijksmuseum Amsterdam de grootste verbouwing uit zijn geschiedenis plaats. Terwijl er hard aan de verbouwing gewerkt wordt, vindt er ook intern een verbeterslag plaats op het gebied van informatievoorziening.

Bij de opening van het nieuwe Rijksmuseum zal er een volledig nieuw collectieregistratiesysteem ingericht zijn, waarin nadrukkelijk aandacht is voor de restauratiegeschiedenis van de tentoongestelde stukken. DNV begeleidt het Rijksmuseum bij deze ontwikkelingen en maakt daarbij inzichtelijk wat de mogelijkheden van het systeem kunnen worden.
Restauratiegeschiedenis
Vroeger werden behandelingen niet of maar heel summier gedocumenteerd. Zo werden de restauraties die een schilderij van Cornelis Ketel heeft ondergaan pas bijgehouden vanaf 1880. Sinds 1880 is het vijf keer gerestaureerd, voor het laatst in 1932. De restauraties zijn vaak in maar één of twee woorden beschreven: ‘te verdoeken’, ‘te vernissen’, ‘overschilderingen weg te nemen’. Tegenwoordig worden in het museum uitvoerige rapporten bijgehouden over de restauraties. Iedere stap in het restauratieproces wordt gefotografeerd, beschreven en verantwoord. Zo is voor de volgende generatie restauratoren na te gaan wat er precies is weggehaald en/of toegevoegd en waarom.
Onderzoek
In 2008 heeft DNV een demonstratiesysteem ontworpen voor de restauratoren en hun management. Deze zogenaamde mock-up heeft als doel om het Rijksmuseum te begeleiden in het onderzoeken van de wensen, eisen en mogelijkheden van een dergelijk informatiesysteem. Internationaal onderzoek toont aan dat er in museale collectieregistratiesystemen nauwelijks aandacht is voor restauratiegeschiedenis, het Rijksmuseum wil met het nieuwe systeem hier juist wel aandacht aan besteden.
Gestandaardiseerde procedures
Om tot een ontwerp te komen, hebben de adviseurs van DNV zich enerzijds verdiept in de procedures die gevolgd worden bij het registreren van informatie over kunstobjecten. Niet alleen restauratiehandelingen, maar ook het uitlenen van een object, het transporteren en het opslaan van een object in het depot. Hierbij volgt het Rijksmuseum de procedures beschreven door SPECTRUM. SPECTRUM is een geheel aan internationaal gestandaardiseerde procedures op het gebied van museaal collectiebeheer. Anderzijds werden er gesprekken gevoerd met restauratoren, conservatoren, hun management en specialisten van de afdeling collecties, om een goed beeld te vormen van restauratieprocessen en het management ervan.
Informatie architectuur
Samen met specialisten van de afdeling collecties is in schema’s vastgelegd welke informatie nodig is. En welke informatie vastgelegd wordt per stap in het restauratieproces. Per processtap kon zodoende vastgesteld worden wat de gebruikersinterface moet bieden aan informatie en functionaliteit. Ook is vastgesteld waar informatie vandaan moet komen d.w.z. uit welke bron (bestaande informatiesystemen, kunsthistorische instituten, boeken en papieren dossiers). Zo is een informatie architectuur ontstaan die inzicht geeft in vele aspecten van het te bouwen systeem.
Gebruikersinterface
Om de bevindingen terug te koppelen aan betrokken restauratoren en conservatoren, zijn de vele schema’s geen geschikt middel. Vandaar dat een demonstratiesysteem (mock-up) gemaakt is dat de belangrijkste gebruikersinterfaces toont. Een dergelijke visuele en tastbare terugkoppeling is een aanpak die DNV in vele projecten succesvol toepaste en is daarmee een specialiteit geworden. Het komende jaar wordt het Rijksmuseum verder begeleid door DNV.
